Papa Edison en mama Chantal vooraan, drie dochters op de achterbank en Babu ('grootvader') achter het stuur van onze witte landcruiser, het leek wel een familie-uitstap. Alleen de bestemming was iets minder alledaags dan Planckendael of de Costa Brava. We trokken naar het vluchtelingenkamp van Nyarugusu. Onze trip werd al een paar keer uitgesteld, dan weer waren er financiële obstakels, maar uiteindelijk zijn we er vorige week dan toch geraakt. En het lange wachten werd beloond. Ons vierdaags bezoek was niet altijd even gemakkelijk maar wel supermegareuzeboeiend.
Op het eerste zicht leek het kamp een gewoon dorp zoals er hier zoveel zijn. We hadden niet gedacht er een markt, een taxivélohalte, de coca cola company, een hoerenassociatie, een goed uitgerust ziekenhuis en zelfs een cinema aan te treffen. Wat het verschil maakt, is de draad eromheen gespannen en de verplichting om een toelating te vragen als je uit het kamp wilt. Bekeken vanuit het standpunt van een buitenstaander dan toch. Want uit de talrijke gesprekken met de Congolese vluchtelingen leerden we algauw dat het leven er hard is. Vooral het gebrek aan eten en de onvoldoende lonen bleken schrijnend. En ook de kleding en de ongezonde looks van de kinderen getuigden van bijzonder weinig levenskwaliteit. Om nog maar te zwijgen van de allerviestse wc-ervaring uit ons leven.
Maar tussendoor zagen we ook mooie dingen. Klein temidden van zoveel miserie maar toch heel groots van betekenis in het leven van een vluchteling. Zoals de uitreiking van officieel erkende diploma's aan vluchtelingen die in het kamp lange-afstandsonderwijs hebben gevolgd. Zo geweldig trots en uitzinnig van vreugde dat ze met hun felbegeerde diploma en de hele familie voor de camera poseerden, heerlijk om te zien..






Geen opmerkingen:
Een reactie posten