In een ver tienerverleden, in een Zweeds theesalon, doopten we onszelf 'De Heilige Drievuldigheid'. En omdat we nogal van groepsnamen houden, werd die met veel plezier nog eens vanonder het stof gehaald. 'Pink speedo en de twee slakken', met Annelies als energieke opstaander met roze zwembril in de hoofdrol, kwam ook nog even in aanmerking maar gezien onze ontegensprekelijk devote uitstraling, was de keuze snel gemaakt. Naast onschuldig en zedig (op Hanneleens minirok na), bleken we er ook nog eens erg zusterlijk uit te zien. Meer dan eens hebben we alles uit de kast moeten halen om de locals ervan te overtuigen dat wij geen drie zussen zijn maar 'just friends'. Soit, zij het als engelen of als zussen, het was in elk geval snel duidelijk dat we een ijzersterk vakantieteam waren. Onze samenwerking verliep bijzonder vlot, zelfs met z'n drie naast elkaar gerangschikt in een bed terwijl we de pannen van het dak zweetten onder een ventilator die zich qua decibels een helikopter waande.
Zo'n vier weken lang waren we onderweg. Overal spontaan begeleid door de praatgrage bevolking, trokken we van het hete Zanzibar naar het nóg hetere verborgen paradijs Pangani. Tanzania had voor ons een verrassend veelzijdige mix van fauna en flora in petto. En het gamma aan transportmiddelen bleek al even gevarieerd..
De bus – een standaardmodel zoals die van De Lijn alleen een tikkeltje verouderd en met nét iets meer volk, stof en kippen aan boord – bracht ons naar waar we maar wilden. We brachten er uren en uren in door en maakten er op bijzonder originele manier kennis met de Tanzanianen. De kleinsten zaten op onze schoot, de vrouwen boden ongevraagd hun boezem aan als kussen en de moslimmannen veegden met hun gewaden overtollige zweetdruppels van ons gezicht en palmden onze rugleuning en rechterbil in.
Met de dala dala, de kleine broer van de bus, reden we naar Moshi, waar we de beste koffie ter wereld dronken en de besneeuwde top van de Kilimanjaro konden spotten.
Op een omhooggevallen schiereiland testten we de tuktuk uit, de nóg kleinere versie van de bus en vergelijkbaar met een overdekte go-kart met bestuurder. Dolle pret!
Op de fiets bezochten we oude ruïnes, paradijselijke stranden, griezelige grotten vol vleermuizen en vuile zwavelbronnen met een geurtje aan en proefden we van een gore schuimige brei met de naam 'coconut wine'. Met onze krakkemikkige tweewielers cruisden we door een landschap van kleine bospaadjes en palmbomen, hielden we een halt onder elke schaduwboom en kochten we de hele dorpsvoorraad rieten manden op.
Per boot trotseerden we meermaals de Indische Oceaan. De ferry bracht ons van de haven in het sfeervolle Stown Town naar de grootstad Dar Es Salaam (niet onze favoriet) en zette ons veilig de Pangani-rivier over. En met een vissersboot gingen we per vergissing op uitstap naar een eiland waar dé attractie het voederen van grote schildpadden was.
Op het sprookjesachtige Babati-meer zaten we in een kano die ons veilig tussen het riet, de lokale vissers en de nijlpaarden loodste.
Met de jeep reden we tot aan zesduizend jaar oude rotsschilderingen en trokken we door het oerwoud met een stoet flamingo's, apen en dikdik's om ons heen. We gingen op safari, stonden temidden van een gigantische familie olifanten en lieten onze lunch stelen door een agressieve baviaan.
Te voet flaneerden we door pittoreske kustdorpjes, maakten we een lange strandwandeling in een kleurrijk decor en trokken we de Usambara Mountains in. We werden getrakteerd op een nooit geziene tropische stortbui, een bende vreselijk lastige kinderen die ons met stenen bekogelden, een overheerlijke lunch mét kaas (eindelijk!) en prachtige uitzichten. We speelden koehandel, dronken thee in de tuin van onze gezellige Zwitserse lodge en werden meesters in het kortingen loskrijgen en het stiekem brownies stelen.
En met het vliegtuig vlogen we weer naar huis. Met in onze rugzak een hoop stoffige stinkende kleren, een berg souvenirs, een stapel fijne herinneringen, een reeks unieke, intense ervaringen en een mix van goesting om weer thuis te zijn en iedereen terug te zien en heimwee naar de Tanzaniaanse zorgeloosheid en de verrukkelijke mango's en ananassen, die al de kop opstak nog voor we opgestegen waren..











































